Man zit opgesloten in parkeergarage en sticht brand: ‘Toen kwam de politie wel’

Lelystad – Naar eigen zeggen zit hij opgesloten, die bewuste septemberzondag. De 40-jarige D.T. belt drie keer met 112 vanuit een parkeergarage aan de Neringweg in Lelystad. Bij de derde keer is hij er klaar mee: hij sticht brand.

Het is ‘een waas’ voor hem wat er die dag allemaal gebeurde, vertelt hij aan de rechter. Als die informeert of de oorzaak daarvoor wellicht drank was, reageert hij ietwat onverschillig. “Zou kunnen.”

Sommige dingen weet hij niet meer. Andere dingen juist wel heel goed, valt de rechter op. “Dat zijn stukjes die ik me herinner”, legt hij uit.

Eerder op die bewuste dag heeft hij ruzie met zijn vader en oom. Dat escaleert als een voorbijganger zegt dat hij ‘die oude mensen’ moet laten gaan. ” Toen hebben ze me vliegles gegeven over de motorkap”, vertelt de man.

Gewond
Dat loopt niet goed af: de Lelystedeling breekt zijn pols. Met de overbuurvrouw van zijn vader gaat hij naar het ziekenhuis om zich te laten behandelen. Hij krijgt verband om zijn pols en met de buurvrouw samen gaat hij terug.

Als hij vervolgens naar huis wil, komt hij iemand tegen. “Die kwam agressief over”, vertelt hij. Wat er agressief aan was, kan hij niet uitleggen. Wie het was, weet hij ook niet. Wel slaat hij op de vlucht.

Parkeergarage
Dat brengt hem in een parkeergarage, waar een deur dichtvalt. De druppel, die hij heeft, werkt niet. En dus zit hij opgesloten. Belletjes naar familie leveren geen gehoor op en dat brengt hem ertoe om 112 te bellen.

Drie keer belt hij naar het alarmnummer, waarbij hij de derde keer aankondigt brand te gaan stichten. Niet lang daarna voegt hij ook de daad bij het woord en steekt karton in brand.

“Toen kwamen ze wel”, merkt de veertiger op. “Het was niet mijn doel om mensen in gevaar te willen brengen”, wil hij er nog wel over kwijt. Toch zag hij geen andere uitweg: “Ik heb daar drie uur gelegen, met een fles Vieux.”

Alcohol
Uit het dossier blijkt dat T. ‘in behoorlijk beschonken toestand’ was. Zelf geeft hij dat tussen de regels door ook aan: “Ik kwam bij in mijn cel”, vertelt hij. Daar heeft de politie hem vastgezet.

De man zit 46 dagen in voorarrest en komt dan weer op vrije voeten. Dat blijft hij, als het aan de officier ligt. Zij vraagt om precies die dagen onvoorwaardelijke gevangenisstraf die hij al heeft uitgezeten. Wel moet er volgens haar een voorwaardelijke gevangenisstraf komen van zes maanden. Ook eist ze een taakstraf van 180 uur.

De advocaat van T. is het met de officier van justitie eens dat haar cliënt niet weer terug moet naar de gevangenis. Zij vraagt om vrijspraak voor gevaar bij de brandstichting en daarom alleen een veroordeling voor vernieling. Wel is ze van mening dat hij geen straf moet krijgen. Daarvoor doet ze een beroep op psychische overmacht.

De rechtbank oordeelt over twee weken.

Bron van dit bericht: omroepflevoland.nl